Toegankelijkheid

Skip to main content
Ruimtelijk Kwaliteits Kader gemeente Venray
Logo gemeente Venray met link naar venray.nl - Opent in nieuw venster
  • Luchtfoto van een oude ontginning

Oude ontginningsgebieden

Dit oude agrarische landschap wordt gekenmerkt door een onregelmatige structuur. De verkaveling is kleinschalig en op sommige plekken grillig van vorm. In de loop der tijd heeft het landschap een relatief meer open karakter gekregen. Van oorsprong komen hier veel meer landschapselementen voor zoals houtsingels en bosjes. Het gebied kent een grote afwisseling van groen en bebouwing. De boerderijen die van oudsher vrijliggend of in kleine clusters gebouwd zijn, liggen op sommige plekken nu in linten, knopen en clusters. De linten in de oude ontginningsgebieden zijn verschillend van karakter:

  • Perspectief agrarisch (bruin): Deze gebieden zijn overwegend agrarisch en blijven naar verwachting overwegend agrarisch. Dit betekent dat wij zeer terughoudend zijn met het toevoegen van woningen en andere geurgevoelige objecten. Deze gebieden zijn over het algemeen wat verder van de dorpskernen gelegen.
  • Perspectief wonen (oranje): Aangeduide gebieden kennen een toekomstperspectief met overwegend wonen. Deze gebieden liggen veelal direct grenzend aan dorpskernen of bebouwingsconcentraties.
  • Perspectief gemengd (blauw): Deze gebieden lenen zich voor een gemengd karakter, waarbij onder andere gedacht kan worden aan wonen, recreatie en kleinschalige bedrijvigheid.
  • Persepctief grootschaliger (niet-) agrarische activiteiten (rood): Deze gebieden lenen zich voor grootschalige (niet-)agrarische gebieden. Deze gebieden kenmerken zich door een goede ontsluiting waardoor grootschaligere activiteiten op deze locaties overweegbaar zijn.  Deze gebieden lenen zich, onder voorwaarden, voor grotere bedrijvigheid.

Kenmerken

  • Lintbeplanting aan diverse wegen en een deel van het spoor. Nog een enkele verkaveling omzoomd door singels.
  • Oud bouwland heeft een mozaïekstructuur van diverse kavelgrootten in diverse richtingen en diverse openheid. Afwisseling in open en gesloten gebieden met een redelijk hoge bebouwingsdichtheid.
  • Grote diversiteit aan bedrijvigheid. De oude clusters bestaan uit agrarische bedrijvigheid en gemengd wonen.

Waarden

  • Afwisseling tussen open en gesloten gebieden door variatie aan groenstructuren op erfranden en perceelsgrenzen.
  • Laanbeplanting langs wegen.
  • Mozaïekstructuur en diversiteit in kavelgrootte.
  • Bebouwing veelal gelegen in linten of bebouwingsclusters.

Opgaven

In de oude ontginningsgebieden spelen de volgende opgaven:

  • Landschap, natuur, water en bodem
    De Europese Kaderrichtlijn Water stelt dat het watersysteem in 2027 op orde moet zijn. Dit vereist ecologisch, hydrologisch en geomorfologisch herstel van oppervlaktewateren en behoud of herstel van de fysisch-chemische toestand.
    De oude ontginningsgebieden lenen zich voor het toevoegen van kleine bosgebieden en landschapselementen. Hiermee wordt leefgebied van planten en dieren van het agrarische landschap versterkt en uitgebreid en kunnen ze beter migreren tussen de grotere natuurgebieden. 
  • Klimaatadaptatie
    Klimaatverandering vraagt om meer ruimte voor water en het vasthouden van water in droge perioden. Ook het toevoegen van groen in de vorm van laanbeplanting en erfrandbeplanting is van belang.
  • Energietransitie
    Realisatie van een zonneveld is mogelijk binnen een bestaand bouwvlak tot een maximum van 2 hectare.
    Daarbuiten is realisatie van een zonneveld mogelijk met een minimale omvang van 2 ha met inachtneming van de richtlijnen van KODE Venray. De maximale maat is afhankelijk van de maatvoering zoals in KODE Venray is vastgesteld.
  • Landbouwtransitie
    In het oudeontginningsgebied zijn veel agrarische bedrijven aanwezig. De landbouwtransitie zal hier per gebied, zoals hierboven beschreven, een andere invulling hebben. In de kaart is aangegeven welke gebieden de meeste ontwikkelmogelijkheden bieden voor agrarische ontwikkelingen en waar meer nadruk komt te liggen op functiemenging of wonen. 
  • Vrijetijdseconomie
    Naast de algemene opgave om voldoende recreatieve routes te hebben in het landelijk gebied, zijn er enkele linten die geschikt lijken voor kleinschalige recreatieve voorzieningen.  
Principetekening Oude ontginningsgebieden

Uitstraling landschap

  • Altijd beplanting toevoegen aan het landschap ter versterking of herstel van het aaneengesloten netwerk van landschapselementen.
  • Het in stand houden van de grillige verkaveling en zo mogelijk, deze zichtbaarder maken door beplanting toe te voegen op de perceelgrenzen.
  • Aandacht voor behoud en bescherming van cultuurhistorische structuren, zoals zand-paden en houtopstanden.
  • Wegen die door dit gebied lopen worden aangeplant met laanbeplanting.
  • Kansen benutten voor bijdrage aan natuurontwikkeling, zoals akkerrandbeheer (kruidenrijke rand), bloemrijk grasland, poelen en bosjes.
  • De uitbreiding van bebouwing met name binnen de gesloten gebieden. Sloop van bebouwing met name binnen de open gebieden.
  • Opknappen van waardevolle (historische) bebouwing, eventueel d.m.v. splitsing in wooneenheden. Bij splitsing dient een extra meerwaarde gecreëerd te worden door de woning goed in te passen in relatie tot de omgeving waarin het ligt en hiermee wordt bewerkstelligd dat de historische stedenbouwkundige- en landschapsstructuur wordt behouden, versterkt of hersteld.
  • Herstel van historische beplantings-, wegen- en padenstructuren.

Uitstraling erf en bebouwing

  • Bebouwing past in de kleinschalige landelijke omgeving door middel van toepassing gebiedseigen erfbeplanting, met name aan de randen van het kavel (erfrandbeplanting).
  • Er dient altijd sprake te blijven van een goede ordening op de kavel. Dit betekent een representatieve voorzijde van het “erf” met de woonfuncties, met daarachter gelegen de eventuele bedrijfsmatige functies.
  • De situering van de bebouwing kan variëren. Wel dient er sprake te blijven van samenhang tussen de bebouwing. Dit kan op diverse manieren tot uiting komen: een compacte uitstraling met korte onderlinge afstanden tussen de bebouwing, vormgeving van de bebouwing en het materiaal en kleurgebruik.
  • Het voorerf/de voortuin is groen en representatief ingericht (gras, solitaire bomen, haag) en bevat geen opslagfuncties.
  • Parkeren zo veel mogelijk op eigen terrein, ingepast met een bosje of inheemse haag.
  • De ontwikkelingsrichting mag nooit ten koste gaan van aaneengesloten landschapselementen, zoals houtwallen- en singels op perceelgrenzen.
  • Het hoofdgebouw ligt vooraan de weg.
  • Hoe groter de bebouwing, des te meer aaneengesloten forse landschapselementen er nodig zijn om de balans tussen het “erf” en het landschap te behouden.
  • Welstandscriteria Buitengebied
  • Referentiefoto Oude ontginningsgebieden
  • Referentiefoto Oude ontginningsgebieden
  • Referentiefoto Oude ontginningsgebieden
  • Referentiefoto Oude ontginningsgebieden
  • Referentiefoto Oude ontginningsgebieden
  • Referentiefoto Oude ontginningsgebieden
  • Referentiefoto Oude ontginningsgebieden
  • Referentiefoto Oude ontginningsgebieden
  • Referentiefoto Oude ontginningsgebieden